Karin Verelst, Filosoof en onderzoeker aan het Centrum Leo Apostel VUB, in De Tijd op 19/08/2025.

 

De Belgische regering weigert nog altijd Israëls optreden in Gaza te veroordelen en aarzelt met maatregelen die de druk op de Israëlische regering kunnen opvoeren. Nochtans zullen we vanaf september niet anders kunnen, tenzij we de internationale rechtsorde de vuilnisbak in kieperen.

Als lidstaat van de Verenigde Naties (VN) is België vanaf 18 september wettelijk verplicht Israël te veroordelen en actief op te treden tegen zijn oorlog en bezetting in de Palestijnse gebieden. Los van wat andere landen of instellingen denken of doen en los van Hamas, waarvan de leiders door het Internationaal Strafhof wordt vervolgd op dezelfde internationaalrechtelijke basis als Israël.

Dat is het onmiddellijke gevolg van de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof, dat op 19 juli 2024 uitdrukkelijk stelde dat Israël de Palestijnse gebieden bezet, dat de bezetting illegaal is, dat de manier waarop Israël dat doet het internationaal recht schendt, en dat ze daarom meteen moet ophouden.

Het Internationaal Gerechtshof draagt de lidstaten op om in samenwerking met de VN maatregelen te nemen om de bezetting te beëindigen. Voor dat laatste kreeg Israël een jaar de tijd.

 

Sommige Belgische politici en intellectuelen doen alsof België nog altijd de keuze heeft om Israëls misdaden in Palestina al dan niet te veroordelen. Maar zelfs als men de kwalificatie 'genocide' voor de uithongering van de Gazaanse bevolking en de etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever weigert te aanvaarden, is het veroordelen van de misdaden een wettelijke verplichting.

Sommige Belgische politici en intellectuelen doen alsof België nog altijd de keuze heeft om Israëls misdaden in Palestina al dan niet te veroordelen.

Landen die zich daar niet naar schikken, lopen een ernstig risico op juridische procedures, met mogelijk verregaande gevolgen op politiek, juridisch en financieel vlak. Om van de reputatieschade nog maar te zwijgen.

Het is geen toeval dat sommige westerse landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada en Nieuw-Zeeland, nu plots te kennen hebben gegeven dat ze de staat Palestina tijdens de Algemene Vergadering van de VN in september willen erkennen.

Ze zijn door de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof en de VN- resolutie verplicht tegen dan legaal en/of politiek doortastend actie te ondernemen om de catastrofale situatie in de Palestijnse bezette gebieden te stoppen. Doen ze dat niet, dan betekent dat de facto het einde van de internationale rechtsorde.

Bindend of niet?

Sommigen suggereren dat de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof louter 'een opinie' is, en dus niet-bindend. Die opvatting is gebaseerd op een misvatting over de term 'advisory opinion'.

Het klopt dat opinies van het Hof wel gezaghebbend, maar op zich niet-bindend zijn. Maar op verzoek van een aantal landen werd het Hof door de Algemene Vergadering van de VN gevraagd in dit geval een duidelijke interpretatie te geven van het bestaande internationaal recht dat van toepassing is op de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden na 1967. Het gaat om de Conventie van Genève en de aanvullende protocollen, de Genocideconventie, maar ook het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk.

Vóór de uitspraak was de juridische consensus al dat de bezetting illegaal is - ook al trokken sommige juristen en Israëlische diplomaten dat in twijfel - en het Hof heeft die interpretatie nu ondubbelzinnig bevestigd. Wat Israël doet, is over de hele lijn illegaal, al van lang voor 7 oktober 2023 (toen Hamas Israël aanviel, red.).

Dat is volgens het hoogste rechtscollege ter wereld in een zo goed als unanieme beslissing vanaf nu de manier waarop het internationaal recht moet worden geïnterpreteerd. De uitspraak is beslissend - er is geen andere rechtsgeldige interpretatie meer mogelijk.

Sancties opleggen

Het Internationaal Gerechtshof is in zijn uitspraak specifiek over de verplichtingen. Landen mogen op geen enkele manier de huidige feitelijke toestand in de Palestijnse bezette gebieden erkennen, ook niet die in Jeruzalem.

Bovendien mogen ze geen diplomatieke, militaire of economische steun verlenen die de bezetting in stand helpt te houden, denk aan handel of wapenleveringen. Ze moeten Israël ter verantwoording roepen door sancties op te leggen, via juridische vervolging, beslaglegging of reisverboden.

Ten slotte zijn ze verplicht een soevereine Palestijnse staat te erkennen, gebaseerd op de grenzen van voor 1967 en met Oost-Jeruzalem als hoofdstad.

Elke voorstander van de rechtsstaat kan niet anders dan van de Belgische regering bij hoogdringendheid een sterk standpunt te eisen in overeenstemming met het internationaal recht, door het erkennen van de Palestijnse staat, het afkondigen van een wapenembargo tegen Israël en het nemen van sancties tegen militaire en politieke verantwoordelijken. Ten slotte moet worden overwogen om, zolang de bezetting voortduurt, alle diplomatieke relaties met het land te verbreken.