Visie

Het industriële kapitalisme dat Smith propageerde, stelde dat individuen die gedreven worden door het eigenbelang, tegelijkertijd het collectieve belang nastreven door een spel van vraag en aanbod, waarbij een evenwicht een aanvaardbare prijszetting omvatte voor zowel de consumenten als de producenten. Deze visie, uitvoerig uiteen gezet in het klassieke werk ‘The wealth of nations’ (1776), wordt door velen aanzien als de basis van het huidige kapitalistische systeem. Dit systeem heeft voor bijna 250 jaar geleid tot grote technologische doorbraken zoals de ontwikkeling van de auto, de luchtvaartindustrie en de computer. Echter, het industriële kapitalisme heeft eveneens geleid tot het ontstaan van diverse externaliteiten zoals vervuiling, sociale dumping en klimaatopwarming. Het industriële kapitalisme hield immers geen rekening met deze factoren zodat de negatieve welzijnseffecten niet in de prijszetting werden weerspiegeld. Als gevolg hiervan konden producten waarvan de externe kosten hoog lagen competitief blijven met producten die op dat vlak veel gunstiger waren. Deze kosten werden systematisch op de maatschappij afgewenteld waarbij zowel de consumenten als de producenten hun verantwoordelijkheid konden ontwijken. Alhoewel dit door velen als immoreel wordt aanzien is de werkelijkheid genuanceerder doordat er in het verleden een zeer groot gebrek was aan wetenschappelijke kennis waardoor men nauwelijks weet had van deze negatieve effecten. Daarnaast waren er nauwelijks technologische alternatieven aanwezig en beschikte men niet over de goedkope rekenkracht die nodig was om deze wetenschappelijke en technologische doorbraken mogelijk te maken.

Het toont vooral aan dat het kapitalisme van de 18e, 19e en 20e eeuw nog niet voldoende ontwikkeld was om rekening te houden met deze externaliteiten. Vandaag de dag hebben we echter voldoende wetenschappelijke kennis en technologische ontwikkelde alternatieven en beschikken we over voldoende rekenkracht om de omslag mogelijk te maken, zonder dat we ons hierbij moeten overgeven aan conservatieve ideologieën. Het kapitalistische systeem, in combinatie met de juiste politieke wil en een intelligente overheid biedt weldegelijk de juiste instrumenten om deze problemen op effectieve wijze aan te pakken. Dit vraagt echter om grondige politieke en institutionele hervormingen en een ‘kapitalisme 2.0’ waarin innovatie en individuele en collectieve verantwoordelijkheid elkaar opnieuw vinden.

Tot op heden heeft men de negatieve effecten die voortvloeiden uit het industriële kapitalisme zoveel mogelijk trachten te compenseren door meer en steeds ingewikkeldere wetgeving vast te leggen. Probleem is echter dat men hierbij telkenmale vertrekt vanuit een moralistisch principe, waarbij menselijk gedrag gereduceerd wordt tot een strak regelkader. Deze aanpak resulteerde in tal van problemen: Organisaties en burgers begrijpen de regels moeizaam waardoor ze er zich moeilijk aan kunnen houden, er treedt een zekere regelmoeheid waardoor de weerstand vergroot en de maatschappij wordt stelselmatig getransformeerd tot een anonieme technocratie. Onvermijdelijk werkt dit populisme in de hand omdat mensen zich stelselmatig vervreemd voelen. Daartegenover staat een samenleving waarin participatie actief wordt aangemoedigd en waarbij prijszetting en fiscaliteit worden gebruikt als instrumenten om duurzame keuzes aan te moedigen. Dit fenomeen van ‘nudging’, zoals aangehaald door Nobelprijswinnaars Thaler en Sunstein, blijkt vaak veel succesvoller in de praktijk in vergelijking met een systeem dat vooral geleest is op moralistische principes. 

We stevenen dus niet af op een teloorgang van het kapitalistisch systeem, eerder het tegendeel: het kapitalisme maakt een effectiever beleid mogelijk doordat het vertrekt vanuit marktgerichte principes met een centrale focus op prijszetting. Dit impliceert echter dat het industriële kapitalisme vanuit de 18e, 19e en de 20e eeuw omvormt tot een 21e eeuws creërend kapitalisme dat uitgaat van volgende principes: (1) een evenwicht tussen individuele vrijheid en collectieve verantwoordelijkheden, (2) duurzaamheid bereiken door middel van marktwerking en technologische ontwikkeling en (3) meer fiscale rechtvaardigheid waarbij werken, innovatie en ondernemerschap worden aangemoedigd. Met ELENI trachten we een concrete bijdrage te leveren aan deze verschillende aspecten, waarbij deze principes telkens zorgvuldig worden afgewogen.